Je boekhouder meldt dat je een goed jaar hebt gedraaid, maar op je rekening staat een stuk minder dan je had verwacht. Hoe kan dat? En hoe weet je of je over drie maanden je rekeningen nog kunt betalen? Cashflow berekenen laat zien hoeveel geld er in een periode werkelijk je bedrijf in en uit gaat, en dat is iets anders dan je winst.
In dit artikel vind je wat cashflow precies is, de twee manieren om het te berekenen, een volledig uitgewerkt voorbeeld dat sluit op je banksaldo, en hoe je een prognose maakt voor de maanden die nog komen.
Wat is cashflow?
Cashflow is het verschil tussen het geld dat in een bepaalde periode binnenkomt en het geld dat eruit gaat. Het Nederlandse woord is kasstroom, en die twee betekenen precies hetzelfde. Je komt ook cash flow als twee losse woorden tegen.
Waar winst iets zegt over je prestatie op papier, zegt cashflow iets over je vermogen om nu je rekeningen te betalen. Een positieve cashflow betekent dat er meer binnenkwam dan eruit ging en dat je saldo dus is gestegen.
Bij een negatieve cashflow is het omgekeerde gebeurd. Dat is niet automatisch een probleem: heb je net een grote investering gedaan, dan is een negatieve cashflow in die periode logisch.
Structureel negatief is wel een probleem, en sneller dan de meeste ondernemers denken. Een jaar weinig winst draaien overleef je. Drie maanden je salarissen en leveranciers niet kunnen betalen niet.
Cashflow altijd in beeld?
Zie realtime wat er binnenkomt en wat eruit gaat.
Waarom cashflow niet hetzelfde is als winst
Het verschil zit in het moment waarop iets meetelt. Winst werkt met opbrengsten en kosten: die tellen mee op het moment dat de prestatie plaatsvindt. Cashflow werkt met ontvangsten en uitgaven: die tellen mee op het moment dat het geld daadwerkelijk beweegt.
Verkoop je in maart iets met een betaaltermijn van dertig dagen, dan staat de opbrengst in maart in je boeken en komt het geld in april op je rekening.
Er zijn vijf posten waardoor winst en cashflow in de praktijk het verst uit elkaar lopen:
Afschrijvingen: een kostenpost waar geen euro tegenover staat. Je hebt de machine vorig jaar betaald, de kosten spreid je over meerdere jaren uit.
Investeringen: precies omgekeerd. De volledige uitgave gaat er nu af, terwijl er dit jaar maar een deel als kosten in je winst zit.
Aflossingen op een lening: wel een uitgave, geen kostenpost. Alleen de rente telt mee in je winst, het afgeloste bedrag niet.
Btw: loopt door je rekening heen maar is nooit van jou geweest. Het staat er tijdelijk, en elk kwartaal gaat het er weer af.
Privé-opnames en dividend: geld dat je aan jezelf uitkeert is geen kostenpost, maar het verlaat je rekening wel degelijk.
Daar komt het werkkapitaal nog bij: geld dat vastzit in openstaande facturen en voorraad. Groeit je omzet hard, dan groeit dat bedrag mee en verdwijnt je winst tijdelijk in je debiteuren. Dat is de klassieke reden waarom een winstgevend bedrijf zonder geld komt te zitten.
Hoe bereken je de cashflow?
Er zijn twee manieren om je cashflow te berekenen, met dezelfde uitkomst maar een compleet andere route:
De directe methode: alle ontvangsten min alle uitgaven in de periode.
De indirecte methode: je start bij de nettowinst en corrigeert die voor alles wat geen geld heeft bewogen.
De directe methode: ontvangsten min uitgaven
Je pakt je bankafschriften erbij en telt op wat er is binnengekomen en wat eraf is gegaan. Simpel en concreet, en voor de meeste kleinere ondernemingen de snelste route. Het nadeel is dat je alleen ziet dát je saldo veranderde en niet waarom. Voor sturing heb je meer nodig dan één getal onderaan.
De indirecte methode: vanuit de nettowinst
Deze methode start bij het cijfer dat je toch al hebt, de nettowinst uit je resultatenrekening, en corrigeert dat voor alle posten die je winst wel maar je rekening niet raken. De volledige formule ziet er zo uit:
Operationele kasstroom = nettowinst + afschrijvingen ± mutatie voorzieningen ± mutatie werkkapitaal
Wil je dit uit een jaarrekening halen, dan vind je de nettowinst en de afschrijvingen in de resultatenrekening, en bereken je de mutatie in het werkkapitaal door de balans van dit jaar naast die van vorig jaar te leggen.
Waarom "winst plus afschrijvingen" te kort door de bocht is
Op de meeste sites vind je de indirecte methode als nettowinst plus afschrijvingen, en verder niets. Dat is een verkorte versie die alleen klopt als je debiteuren, voorraad en crediteuren precies gelijk zijn gebleven. In de praktijk gebeurt dat vrijwel nooit.
Stel dat je omzet groeide en je openstaande facturen daardoor met 15.000 euro toenamen. Die 15.000 euro zit wel in je winst, maar staat nog niet op je rekening. Reken je met de verkorte formule, dan komt je cashflow 15.000 euro te hoog uit, en dat is precies het bedrag dat je in werkelijkheid mist.
Gebruik de verkorte versie dus alleen voor een snelle indicatie, en de volledige zodra het ergens over gaat.
De drie kasstromen in een kasstroomoverzicht
Een kasstroomoverzicht, ook wel cashflow overzicht genoemd, splitst je geldstromen in drie categorieën. Die splitsing is waar het overzicht zijn waarde vandaan haalt, want dezelfde negatieve cashflow betekent iets heel anders afhankelijk van waar hij vandaan komt.
Operationele kasstroom: alles uit je dagelijkse bedrijfsvoering. Klanten die betalen, leveranciers, salarissen, huur, verzekeringen.
Investeringskasstroom: aankoop en verkoop van bedrijfsmiddelen zoals machines, een bedrijfsauto of apparatuur.
Financieringskasstroom: leningen die je opneemt of aflost, kapitaal dat je inbrengt, dividend en privé-opnames.
De drie samen vormen de mutatie in je liquide middelen. En daar zit de controle die het overzicht betrouwbaar maakt: je beginsaldo plus die drie kasstromen moet exact gelijk zijn aan je eindsaldo op de bank. Klopt dat niet tot op de euro, dan ontbreekt er ergens een post.
Operationele kasstroom
Dit is het belangrijkste van de drie, want het laat zien of je bedrijfsmodel op eigen kracht geld oplevert. Is deze structureel negatief, dan verdien je met je normale activiteiten minder dan ze je kosten, en dat los je niet op met een lening. Dan moet er iets veranderen aan je tarieven, je kosten of je betaalafspraken.
Investeringskasstroom
Deze is bij een gezond groeiend bedrijf vaak negatief, en dat is precies zoals het hoort. Je stopt geld in middelen die later opbrengsten genereren. Is hij juist positief, dan verkoop je bedrijfsmiddelen. Dat kan een bewuste keuze zijn, maar het kan ook betekenen dat je spullen verkoopt om je rekeningen te kunnen betalen.
Financieringskasstroom
Hier zit de post die het vaakst wordt vergeten: privé-opnames bij een eenmanszaak. Veel ondernemers rekenen die niet mee omdat het geen kosten zijn, waardoor hun berekening structureel te rooskleurig uitvalt. Let ook op dat een positieve financieringskasstroom geen prestatie is. Dat is geleend geld dat je later terugbetaalt.
Rekenvoorbeeld: cashflow berekenen in de praktijk
Neem een dienstverlener met een nettowinst van 60.000 euro en 12.000 euro aan afschrijvingen. In het afgelopen jaar namen de openstaande facturen bij klanten toe met 15.000 euro, en nam het bedrag dat hij zelf nog aan leveranciers moest betalen toe met 5.000 euro.
Hij kocht een bestelbus van 30.000 euro en verkocht de oude voor 4.000 euro. Hij nam een lening op van 20.000 euro, loste 9.000 euro af en nam 25.000 euro privé op. Het jaar begon met 18.000 euro op de rekening.
Operationele kasstroom: 60.000 + 12.000 − 15.000 + 5.000 = 62.000 euro
Investeringskasstroom: −30.000 + 4.000 = −26.000 euro
Financieringskasstroom: 20.000 − 9.000 − 25.000 = −14.000 euro
Netto kasstroom: 62.000 − 26.000 − 14.000 = 22.000 euro
De controle: 18.000 euro beginsaldo plus 22.000 euro netto kasstroom is 40.000 euro eindsaldo. Dat moet overeenkomen met wat er op 31 december daadwerkelijk op de rekening staat.
Let op wat de verkorte formule hier zou hebben opgeleverd: 60.000 plus 12.000 is 72.000 euro, terwijl de werkelijke operationele kasstroom 62.000 euro is. Een verschil van 10.000 euro, volledig veroorzaakt door geld dat vastzit in openstaande facturen.
Vrije kasstroom berekenen
De vrije kasstroom, ook free cash flow genoemd, is het geld dat overblijft nadat je de investeringen hebt betaald die nodig zijn om je bedrijf draaiende te houden. Dat is het bedrag waar je echt vrij over kunt beschikken: voor aflossen, uitkeren aan jezelf of reserveren.
Vrije kasstroom = operationele kasstroom − investeringen
In het voorbeeld hierboven: 62.000 min 26.000 is 36.000 euro vrije kasstroom. Je komt online ook een andere definitie tegen, waarbij de aflossingen aan de bank van de cashflow worden afgetrokken. Dat is een bruikbaar getal, maar het is een ander begrip.
Wil je weten wat je overhoudt na je financieringsverplichtingen, reken dat dan apart uit en noem het niet vrije kasstroom, anders vergelijk je later appels met peren.
Wat zegt je cashflow over je bedrijf?
Één cijfer over één periode zegt weinig. De vraag is welke kasstroom positief of negatief is, en wat de trend over meerdere periodes doet. Een goede cashflow is er een waarbij je operationele kasstroom positief is en groot genoeg om je investeringen en aflossingen te dragen, zonder dat je daarvoor telkens moet bijlenen.
Twee kengetallen maken dat concreet. Je debiteurentermijn laat zien hoe lang je gemiddeld op je geld wacht: deel het openstaande bedrag bij klanten door je jaaromzet inclusief btw en vermenigvuldig met 365.
Staat er 45.000 euro open bij een omzet van 363.000 euro inclusief btw, dan wacht je gemiddeld 45 dagen. Elke dag die je daarvan afhaalt, komt rechtstreeks op je rekening terecht.
Je runway laat zien hoe lang je het volhoudt als er niets binnenkomt: deel je saldo door je gemiddelde netto uitgaven per maand. Bij 40.000 euro op de rekening en 8.000 euro netto per maand eruit is dat vijf maanden. Dat is het getal dat je wilt kennen voordat je een grote verplichting aangaat.
Een cashflowprognose maken
Weten wat je cashflow vorig jaar was, is nuttig. Weten wat hij de komende maanden doet, is waar je iets aan hebt. Een cashflowprognose werkt met één simpele regel per periode: beginsaldo plus verwachte ontvangsten min verwachte uitgaven is eindsaldo, en dat eindsaldo is het beginsaldo van de volgende periode. Dertien weken vooruit is een gangbare horizon, twaalf maanden als je verder wilt kijken.
Drie regels bepalen of je prognose klopt of niet. Reken met verwachte betaaldata en niet met factuurdata, want een factuur van eind maart met dertig dagen termijn is geld in mei.
Zet de btw-afdracht als aparte regel in het kwartaal waarin je hem betaalt, in plaats van hem over de maanden uit te smeren. En neem piekposten zoals vakantiegeld, verzekeringspremies en belastingaanslagen apart op, want juist die veroorzaken de maanden waarin het krap wordt.
Zodra je dat hebt staan, zie je in welke week of maand je saldo onder nul duikt. Dat is het moment waarop je nog iets kunt doen, in plaats van het te merken als het al zover is.
Zo verbeter je je cashflow
De meeste winst zit niet in meer omzet, maar in timing. Zes knoppen waar je zelf aan kunt draaien:
Factureer eerder: een week eerder de factuur versturen is een week eerder je geld, zonder dat je iets extra’s hoeft te verkopen.
Verkort je betaaltermijn: spreek je niets af, dan geldt wettelijk dertig dagen. Grote bedrijven mogen aan mkb’ers en zzp’ers sowieso niet langer dan dertig dagen aanhouden, en betalen ze te laat, dan heb je automatisch recht op wettelijke handelsrente en een standaardvergoeding.
Werk met aanbetalingen: bij langere opdrachten voorkom je zo dat je maandenlang je eigen kosten voorfinanciert.
Zet je btw apart: het bedrag staat op je rekening maar is niet van jou. Reserveer het meteen, dan is de kwartaalafdracht nooit een verrassing. Hoe de aangifte werkt lees je in zakelijke btw-aangifte doen.
Volg openstaande facturen actief op: wachten met herinneren kost je direct geld. Wat daarbij komt kijken staat in debiteuren en crediteuren beheren.
Benut de termijn van je leveranciers: op tijd betalen maar niet eerder dan nodig houdt geld langer bij jou. Te laat betalen kost je juist rente en goodwill.
Loopt het ondanks alles structureel vast, dan zijn er financieringsvormen zoals factoring, leasing of een rekening-courantkrediet. Die verplaatsen het probleem wel en kosten geld, dus ze zijn een oplossing voor een timingprobleem en niet voor een verdienmodel dat niet rondkomt.
Grip houden op wat er binnenkomt
Elke berekening op deze pagina begint bij hetzelfde: weten wat er werkelijk op je rekening gebeurt. Dat werkt alleen als je zakelijke transacties op één plek staan, meteen gecategoriseerd zijn en doorlopen naar je boekhouding.
Zit alles verspreid over losse rekeningen en een privérekening, dan ben je bij elke berekening eerst een halve dag aan het uitzoeken wat waar bij hoort.
Daar helpt GoDutch bij. GoDutch is geen bank, maar een zakelijke rekening waarin je rekening, kaarten, facturen en uitgaven in één app samenkomen, met een koppeling naar je boekhoudsoftware.
Je ziet realtime wat er binnenkomt en wat eruit gaat, je uitgaven zijn automatisch gecategoriseerd, en je btw en vaste lasten houd je apart zonder er elke maand over na te denken. Loop je ergens tegenaan, dan krijg je 24/7 een echt mens aan de lijn.
Begin bij een rekening die je overzicht geeft in je cashflow
Wil je je cashflow kunnen berekenen zonder eerst je administratie te moeten uitpluizen? Je vraagt een zakelijke rekening bij GoDutch aan in 3 minuten en hebt je IBAN en kaart binnen 1 dag. Vanaf dat moment staan je transacties op één plek en zie je in één overzicht wat er is binnengekomen, wat eruit ging en wat er overblijft.
FAQ
Veelgestelde vragen over cashflow berekenen
Wat is cashflow in de gewone taal?
Cashflow is het verschil tussen wat er in een periode op je rekening binnenkomt en wat eraf gaat. Het Nederlandse woord ervoor is kasstroom. Het zegt iets anders dan winst, want winst kijkt naar opbrengsten en kosten en cashflow naar het moment waarop het geld daadwerkelijk beweegt.
Wat is de formule voor cashflow berekenen?
De formule hangt af van de methode. Bij de directe methode reken je ontvangsten min uitgaven. Bij de indirecte methode reken je nettowinst plus afschrijvingen, gecorrigeerd voor mutaties in voorzieningen en werkkapitaal. Laat je die laatste correctie weg, dan valt je cashflow te hoog uit.
Wat is het verschil tussen cashflow en vrije kasstroom?
Vrije kasstroom is je operationele kasstroom min je investeringen. Waar cashflow laat zien hoeveel geld er in totaal beweegt, laat vrije kasstroom zien wat er overblijft nadat je hebt geïnvesteerd in wat je bedrijf nodig heeft om te blijven draaien.
Is een negatieve cashflow altijd slecht?
Een negatieve cashflow is niet altijd slecht, want het hangt af van welke kasstroom negatief is. Een negatieve investeringskasstroom hoort bij een bedrijf dat groeit. Een negatieve operationele kasstroom is wel een waarschuwing, want dan kost je normale bedrijfsvoering meer dan hij oplevert.
Wat is een goede cashflow?
Een goede cashflow herken je aan een positieve operationele kasstroom die groot genoeg is om je investeringen en aflossingen te dragen zonder telkens bij te lenen. Kijk daarbij naar de trend over meerdere periodes in plaats van naar één cijfer.
Hoe bereken je de cashflow uit een jaarrekening?
Uit een jaarrekening bereken je de cashflow met de indirecte methode. De nettowinst en de afschrijvingen haal je uit de resultatenrekening, en de mutatie in het werkkapitaal bereken je door de balans van dit jaar naast die van vorig jaar te leggen.






